Wat wil en kan de O10/O11-speler?

Wat kan en wil de O10/O11-speler en waar moet je rekening mee houden?

 
 

KNVB Assist Trainers | Leeftijdspecifieke kenmerken 010 & 011

De O10/O11-speler:

  1. Is enthousiast en ongeduldig. Hij wil bewegen, niet luisteren. Geef korte, precieze instructies. Bombardeer hem niet met informatie.
  2. Heeft een grote speldrang. Deze pupillen voetballen om het plezier. Spelenderwijs krijgen ze een grotere handigheid met en zonder de bal.
  3. Doet graag na. Hij is visueel ingesteld en leert een nieuwe beweging het snelst door nabootsing. Doe alles voor.
  4. Leert door te herhalen. Hij wil niet steeds iets nieuws proberen. Hij heeft succes én uitdaging nodig, het moet kunnen lukken én soms mislukken.
  5. Krijgt graag aandacht. Laat hem zijn vaardigheden voordoen en gebruik ze als voorbeeld bij een uitleg.
  6. Heeft veel verbeelding. Laat deze pupillen experimenteren, moedig creativiteit aan, gebruik hun ideeën om de trainingen leuk te maken. Zorg wel voor structuur.
  7. Kan veel doen in weinig tijd. Hij spant zich graag intens in om zich te kunnen uitleven. Laat hem veel voetballen.
  8. Kent ook fysieke grenzen. Bij extreme temperaturen vertonen deze pupillen symptomen van onderkoeling en oververhitting. Zelf overschatten ze zich hierin. Laat ze handschoenen en mutsen dragen. Let op dat er genoeg wordt gedronken.
  9. Geeft zijn mening. Vraag na afloop van elke training aan de pupillen wat ze er wel en niet leuk aan vinden en waarom. Maar niet na elke oefening een hoorcollege.
  10. Is doelgericht. Het maken van doelpunten en het voorkomen van tegendoelpunten betekent veel voor deze kinderen. Laat dit in alle oefen- en partijvormen terugkomen. Geef duidelijk aan hoe beide partijen kunnen scoren.
  11. Wil samenwerken. Hij ziet steeds meer het mogelijk gunstige effect in van het overspelen naar een speler die er beter voor staat. Moedig hem hiertoe aan.
  12. Is prestatiegericht. Geef bij elke oefen- en partijvorm aan hoe er punten kunnen worden gehaald of wat de beloning is.
  13. Heeft een zwart-wit zelfbeeld. Zorg voor positieve feedback om het zelfvertrouwen op te bouwen. Kinderen moeten zich succesvol voelen om dingen te willen herhalen. Bouw op succesvolle pogingen.
  14. Heeft behoefte aan routine en structuur. Voer geleidelijk veranderingen door in de training. Bouw een structuur waarin continuïteit centraal staat, maar ruimte is voor verbeteringen en veranderingen.
  15. Heeft een sterk gevoel van rechtvaardigheid. Alle kinderen houden ervan als dingen eerlijk zijn. Stel hoge verwachtingen, maar wees consequent. Zorg ervoor dat persoonlijke situaties en humeur geen effect hebben op je gedrag.

Het maken van doelpunten en het voorkomen van tegendoelpunten betekent veel voor deze kinderen. Laat dit in alle oefen- en partijvormen terugkomen.


Om je bezoek aan onze websites optimaal te laten verlopen, maken wij gebruik van cookies. Cookies om het verkeer over onze sites te analyseren en cookies om (advertentie)inhoud te personaliseren en sociale media content aan te bieden. Natuurlijk vinden wij je privacy belangrijk, daarom kun je deze cookie-instellingen zelf beheren. Hoe wij omgaan met de gegevens die op basis van de geplaatste cookies verkregen zijn, leggen wij uit in onze cookie- en privacyverklaring.