16. Prestatiedruk
Jongeren kunnen prestatiedruk ervaren door school, studie, social media, vrienden of ouders. Soms komt dat omdat zij hoge eisen aan zichzelf stellen, soms omdat anderen hoge verwachtingen hebben. Die prestatiedruk kan net zo goed aanwezig zijn op en rondom het voetbalveld. Voor jou als trainer is het belangrijk dat je je spelers hier goed mee kunt helpen.
Jongeren groeien tegenwoordig op in een samenleving waarin presteren vaak centraal staat. Op school of social media worden ze regelmatig geconfronteerd met verwachtingen, beoordelingen en vergelijkingen, bijvoorbeeld van docenten of leeftijdsgenoten. Ook op het voetbalveld is dat zo, al helemaal omdat het daar vaak om winnen draait. Teamgenoten, toeschouwers, ouders en de trainers verwachten dat een speler presteert. Dat zijn externe verwachtingen.
Soms leggen jongeren zichzelf juist veel druk op. Doordat ze zich via social media, trackers of andere digitale (data)platforms constant met anderen kunnen vergelijken, slaat de twijfel over hun eigen kunnen toe en groeit de prestatiedruk. Ze vinden dat ze óók veel doelpunten moeten scoren of een prachtige assist moeten geven. Dat zien we op elk niveau, bij prestatieve én recreatieve elftallen. Prestatiedruk is altijd aanwezig.

Stress en faalangst
Een beetje druk is niet erg en soms zelfs goed. Iedereen gaat er anders mee om, maar spelers krijgen er vaak energie van en raken er gemotiveerd en gefocust door. Na een tijdje is dat weer weg. Het kan ook negatieve effecten hebben, als de prestatiedruk te veel wordt. Dan kan het uiteindelijk leiden tot stress. Stress is een reactie van het lichaam op druk of spanning. Iedereen voelt weleens stress, vlak voor een spannende gebeurtenis. Daarna verdwijnt het weer. De stress wordt pas ongezond als het lang duurt en je het gevoel hebt dat je het niet onder controle hebt. Iedereen reageert anders op ongezonde stress, maar mogelijke signalen zijn concentratieproblemen, slecht slapen, een hoge ademhaling, prikkelbaarheid, buik- of hoofdpijn en snel gefrustreerd zijn.
Langdurig (te veel) stress vergroot de kans op faalangst. Faalangst wordt veroorzaakt door te hoge verwachtingen van zowel buitenaf als van jezelf, het idee dat je niet goed genoeg bent, te veel focus op winnen en verliezen en te weinig ruimte om fouten te maken. Dat leidt ertoe dat spelers risico’s vermijden en minder durven, dat ze onzeker zijn en dat ze minder plezier hebben tijdens het voetballen.
Prestatiedruk, stress en faalangst hangen dus nauw met elkaar samen. Prestatiedruk kan zorgen voor stress en stress kan weer leiden tot faalangst. Vervolgens zorgt de faalangst weer voor meer stress en meer prestatiedruk. Zo wordt het een cirkeltje. Natuurlijk verschilt het per persoon hoe iemand druk ervaart. De ene speler heeft sneller last van prestatiedruk of gaat er anders mee om dan een teamgenoot.
Motivatie
Motivatie speelt een belangrijke rol in hoe jouw spelers met prestatiedruk omgaan. Spelers die vooral voetballen omdat ze het leuk vinden en zelf graag beter willen worden, ervaren fouten vaak minder als falen. Wanneer externe factoren zoals winnen, geselecteerd worden, verwachtingen of vergelijkingen met anderen belangrijker worden, neemt de kans toe dat spelers meer druk, stress en onzekerheid ervaren.

10. Motivatie
Klik hier voor meer informatie over motivatie.
Tips voor jou als trainer
Gelukkig kun jij als trainer veel invloed hebben op hoe jouw spelers prestatiedruk ervaren en hoe ze ermee omgaan. Maar wat kun je dan precies doen?
- Winnen en verliezen hoort al bij het spel. Daar hoef jij de focus niet meer op te leggen.
- Creëer een veilige omgeving waarin plezier centraal staat en spelers fouten durven te maken. Daar leren ze namelijk alleen maar van. Verbind dus geen consequenties aan een mislukte dribbel of gemiste kans. Zeg bijvoorbeeld: “Probeer die actie maar te maken!”, in plaats van dat je na balverlies roept dat het een foute keuze was en de speler na een volgende mislukte poging meteen wisselt.
- Complimenteer spelers met hun inzet en vooruitgang, in plaats van met het resultaat.
- Iedereen heeft een eigen ontwikkeltempo. Vergelijk jouw spelers dan ook niet met elkaar, maar benadruk bij ieder van hen juist hun eigen ontwikkeling.
- Stimuleer een groeimindset. Dit is het idee dat voetbaltalent en vaardigheden niet vaststaan, maar ontwikkeld kunnen worden door inzet, training en doorzettingsvermogen. Zo’n mindset stimuleer je met een opmerking als ‘Wat goed dat je nogmaals probeerde te verdediger te passeren, terwijl het een paar minuten daarvoor niet lukte’.
- Help je spelers omgaan met spanning. Je kunt ze vertellen dat het normaal is en hen helpen om een beetje te relativeren. Zeg bijvoorbeeld vóór de wedstrijd: “We zijn allemaal een beetje zenuwachtig. Dat hoort erbij, het betekent zelfs alleen maar dat jullie het voetballen belangrijk vinden. Die spanning helpt jullie juist om dadelijk gefocust aan de wedstrijd te beginnen. Daarna is de spanning weer weg!” of “Als iets deze week niet lukt, dan proberen we het volgende week toch gewoon opnieuw?”.
- Help je spelers met realistische doelen stellen. Die zijn haalbaar en daarom leuk om energie in te steken, in plaats van dat ze druk met zich meebrengen. Hoe je zulke doelen stelt, lees je in Teambuilding [verwijzen naar artikel].
Kortom: richt je als trainer niet te veel op winnen en het resultaat, maar juist op de ontwikkeling en vooruitgang van je spelers. Als je dat uitstraalt en in je communicatie duidelijk laat blijken, zorg je ervoor dat jouw spelers de juiste balans vinden in prestatiedruk en met plezier op het veld (blijven) staan!

